Virtueel ondernemen?
Wat bindt de internetondernemer nog aan
Nederland? Een online telefoniedienst of transactiedienst is net zo goed
vanuit een vakantiebestemming annex belastingparadijs te runnen, als vanuit de
zolderkamer in het druilerige Nederland. De virtueel ondernemer kan zijn
bedrijf off-shore vestigen in de British Virgin Islands, Panama, de
Kaaimaneilanden, of een ander land met gunstige belastingvoorwaarden waar geen
BTW en twintig jaar geen inkomstenbelasting afgedragen hoeft te worden. En
tegelijkertijd kan de interondernemer zijn business als nomadische ondernemer
runnen vanuit iedere willekeurige locatie in de wereld die voorzien is van een
internetverbinding: een vakantiebestemming in Indonesië, bij een zakenrelatie
in Amsterdam, op bezoek bij vrienden in New York, of vanaf een boot met
satelliettelefoon in de Aegeïsche Zee. Maar loopt onze internetondernemer dan
niet tegen – bijvoorbeeld – de Nederlandse fiscus aan? Niet
noodzakelijkerwijs. Wanneer ook de werknemers van het internetbedrijf vanuit
ieder land kunnen werken waar ze internettoegang hebben, de verkoop volledig
online plaatsvindt en niet via een verkoopkantoor, en de server ook op een
willekeurige plaats in de wereld gehost kan worden, is er geen sprake van een
fysieke inrichting in Nederland. De aanwezigheid van een fysieke inrichting in
Nederland is een belangrijk criterium voor onze fiscus. Wanneer bovendien
aannemelijk gemaakt kan worden dat de internetdienst niet in Nederland genoten
wordt, maar ergens in “cyberspace”, dan vervallen de laatste grondslagen
voor lokale belastingheffing. En zelfs al wordt de regelgeving aangepast, dan
nog blijft pure internetdienstverlening behoorlijk ongrijpbaar. Het is daarom
niet vreemd dat wereldwijd het aantal off-shore internetbedrijven flink
groeit.
Maar waarom maakt dan niet iedere
Nederlandse internetondernemer direct gebruik van deze mogelijkheden? Het
klinkt natuurlijk allemaal veel simpeler en zonniger dan het is. In veel
gevallen worden er wel goederen fysiek afgeleverd waarover BTW
afgedragen moet worden, is er wel een lokaal verkoop- en
servicekantoor, en is onze ondernemer eigenlijk behoorlijk gehecht aan de
natte klei en zijn familie-en-vrienden. Het management over het
internetbedrijf vindt eigenlijk toch wel plaats vanuit het eigen land. De
gedachten over het belastingparadijs vervaagden helemaal snel aangezien zijn
zakenrelaties de wenkbrauwen optrekken wanneer er geen Nederlandse vestiging
is met Kamer van Koophandel-inschrijving, waarvan de kredietwaardigheid via
NCM of een andere kredietverzekeraar nagetrokken kan worden. Bijvoorbeeld een
bedrijf als Coca Cola doet niet graag zaken met een off-shore-bedrijf omdat
dat weer vragen van de accountants en belastingdienst oproept, en in ieder
geval “ruikt” naar belastingontduiking. Maar er is nog een
belangrijke reden voor Nederlandse internetstarters om niet te vertrekken: de
mogelijkheid om waarde te creëren en te cashen door naar de beurs te gaan. Op
de Virgin Islands is nu eenmaal geen “beursklimaat”, en de
verhandelbaarheid en liquiditeit van de aandelen in het eigen bedrijf zijn dus
behoorlijk laag. Omdat winst maken met internetactiviteiten nog steeds
behoorlijk lastig is, is de lokale beurs beter dan een ver belastingparadijs.
Martijn Hoogeveen is hoogleraar multimedia aan de Open Universiteit Nederland en directeur van TakeitNow.com. Reacties: martijn@takeitnow.com.