tinbanner.gif (6408 bytes)


Your free e-store?

Internet-EDI? ICEshop! (Dutch)
Knowledge4Free: gratis kennis!


Telemultimedia Uw investering waard?  

door prof dr Martijn J. Hoogeveen & drs René M. Jansen

 

© Kluwer Bedrijfsinformatie 1997
isbn 90-267-2617-1

Inhoud

Voorwoord door drs Rob Langezaal, directeur KPN Telecom Internetdiensten

Inhoud

1. Introductie: wat is telemultimedia en levert het meerwaarde op?

2. Waarom investeren organisaties in telemultimedia?

    2.1 Inleiding

    2.2 Identificeren van toepassingsmogelijkheden

    2.3 Legitimeren van investeringen in telemultimedia

    2.4 Discussie

3. Internetgebaseerde netwerken bieden meest succesvolle infrastructuur voor telemultimedia

    3.1 Introductie: Internet is een groeimarkt

    3.2 Duizelingwekkende groei leidt in zes jaar tot marktverzadiging in access

    3.3 Inkomsten uit advertenties op het Web stijgen snel

    3.4 Uitgevers leren te verdienen aan multimediale webuitgaven

    3.5 Digitaal winkelen ontwikkelt zich vanaf 1996/1997

    3.6 Digitale winkelcentra gaan de dienst uitmaken

    3.7 Blik vooruit

4. Een multimediale bedrijfscatalogus voor tele-ordering: een beschrijving en kosten-baten-analyse

    4.1 Introductie: zakelijke verkoop heeft baat bij multimediale bedrijfscatalogi

    4.2 Doelen MBC: verbeteren verkoopondersteuning en stroomlijnen interne informatievoorziening

    4.3 Een MBC ondersteunt informatieverwerkende taken

    4.4 Systeemfunctionaliteit van een MBC

    4.5 Technische realisatie van een MBC

    4.6 De meerwaarde van een MBC voor tele-ordering

    4.7 Discussie: MBC interessant alternatief voor conventionele verkoopkanalen

5. Is telemultimedia alleen geschikt voor onderwijs?

    5.1 Inleiding

    5.2 Impact multimedia op missie en kritieke succesfactoren

    5.3 Selectie bedrijfskritische, multimediale activiteiten

    5.4 Bedrijfskritische multimediatoepassingen

    5.5 Meerwaarde van multimediatoepassingen

    5.6 Besluit

6. Tien geboden voor succesvolle multimediaprojectleiders

    6.1 Inleiding: 10 geboden

    6.2 Management committment

    6.3 Multidisciplinaire competences alloceren

    6.4 Innovatitiviteit en creativiteit

    6.5 Goede materiekennis

    6.6 Goed inzicht in toegevoegde waarde multimedia

    6.7 Scherp definiÎren en najagen bedrijfsdoelen

    6.8 Korte time-to-market

    6.9 Eenvoudig te gebruiken gebruikersinterface

    6.10 Zoveel mogelijk industriestandaarden ondersteunen

    6.11 Heldere afspraken maken, en ze op tijd nakomen

7. Discussie

Appendices

Index

 

 

1. Introductie: wat is telemultimedia en levert het meerwaarde op?

Samenvatting: Telemultimedia heeft betrekking op het geïntegreerd gebruik van tekst, beeld en geluid via telecommunicatienetwerken. Het gaat in feite om multimedia in relatie tot de informatiesnelweg en Internet. Telemultimedia houdt onder andere in dat verschillende datatypen, opslagmedia, presentatiemedia, transmissiemedia en softwarecomponenten naadloos samengesmolten moeten worden in één samenspel van systemen. Dat is gemakkelijker gezegd, dan gedaan. Onder invloed van internetontwikkelingen schieten toepassingen momenteel als paddestoelen de grond uit. Toch wordt de meerwaarde vaak niet goed begepen.

1.1 Definitie van telemultimedia

De afgelopen jaren is de woordenschat van professionals op het gebied van de informatietechnologie verrijkt met een aantal interessante woorden: multimedia, telemultimedia, nieuwe media, internet en intranet. Iedereen heeft wel een globaal beeld van wat de woorden betekenen, maar voor vele informatiemanagers is het gedetailleerd beschrijven welke betekenis en praktische toepasbaarheid achter de begrippen schuil gaan een pittige opgave.

 

Want wat betekent multimedia nu precies? In de technisch-wetenschappelijke literatuur is over dit veel misbruikte begrip gelukkig consensus gegroeid. Multimedia geeft eenvoudigweg aan dat meerdere informatietypen (populair "media", zie figuur 1) zoals tekst, video, afbeeldingen, spraak en muziek geïntegreerd gebruikt worden. Geïntegreerd wil zeggen: gesynchroniseerd (afstemming in de tijd) en verweven (afstemming op plaats).

  Figuur 1: informatietypen, zintuigelijk onderverdeeld.  

Multimediasystemen zijn informatiesystemen die deze informatietypen geïntegreerd verwerken, en zijn meestal interactief, digitaal, en steeds vaker onderling via netwerken verbonden. Als multimediasystemen in telecommunicatie-infrastructuren zoals het internet zijn opgenomen, spreken we van Telemultimedia.

  Figuur 2: Overzicht typen media, biedt uitkomst bij spraakverwarring over definities van multimedia.

 

Veel spraakverwarring met betrekking tot multimedia komt voort uit de verschillende achtergronden van waaruit men zich met multimedia bezig houdt. Zo wordt vanuit verschillende bedrijfstakken iets anders ingevuld voor het begrip medium (zie figuur 2). Telecommunicatiebedrijven omschrijven multimedia bijvoorbeeld vaak als het gebruik van meerdere transmissiemedia en -protocollen; bijvoorbeeld ISDN + kabel + semafonie. Uitgevers omschrijven op hun beurt multimedia van oudsher vaak als het gebruik van meerdere opslagmedia; bijvoorbeeld een tijdschrift op papier + CD-ROM + diskette + cassette. Bij multimedia gaat het erom dat deze verschillende media in een systeem geïntegreerd worden. We gaan nu dieper in op deze verschillende perspectieven op het begrip media.

1.2 Verschillende perspectieven op het begrip media

Technische representatiemedia (datatypen)

Technische representatiemedia zijn in feite afspraken hoe we de verschillende multimediale datatypen representeren in nullen en enen, zoals communicatieprotocollen, documentstandaarden, opslagformaten e.d. Er is een werkbare set van multimediastandaarden te definiëren bestaande uit enkele de jure (officiële) en vele de facto (gegroeide) standaarden, zodat telemultimedia-initiatieven niet in anarchie hoeven te stranden. Belangrijke voorbeelden zijn MPEG - Moving Pictures Expert Group - voor de compressie van video en JPEG - Joint Photographers Expert Group - voor de compressie van foto’s. MS Word en WordPerfect zijn breedverspreide tekstverwerkers, en dus in feite de facto documentstandaarden. Binnen het WWW op Internet is HyperText Markup Language (HTML) een redelijk goede multimediale scripttaal voor het schrijven van multimediadocumenten; wat deze taal interessant maakt is de zeer snelle en brede acceptatie. Dit in tegenstelling tot Standard Generalized Markup Language (SGML), waar HTML in feite op gebaseerd is, dat nooit massaal in gebruik is gekomen. JavaScript is een uitbreiding op HTML om dynamiek aan webpagina’s toe te voegen. VRML (Virtual Reality Markup Language) is een veelbelovende opvolger van HTML waarmee 3D-omgevingen te ontwikkelen zijn.

 

Kortom, ondernemers die nu een informatiesnelweg uit de grond willen stampen, compleet met multimediale diensteninfrastructuur, kunnen dat op dit moment al. Ze moeten dan wel rekening houden met de wereldwijd zo breed geaccepteerde de facto Internetstandaarden en de jure ISO/ITU multimediastandaarden. Voor een overzicht van relevante multimediastandaarden verwijzen we naar de bijlage I (of zie: http://cuiwww.unige.ch/OSG/MultimediaInfo/mmsurvey/standards.html).

Innovaties in presentatiemedia

Via het presentatiemedium kan de gebruiker met het multimediasysteem interacteren. In plaats van presentatiemedium spreken we daarom ook wel over interactiemedium. Belangrijke ontwikkelingen in presentatiemedia voor multimedia hebben betrekking op de tv, de beeldtelefoon, en de pc als terminal voor on-line multimediatoepassingen. Lange tijd was de pc dominant. Nu on-line multimedia zich richting de massamarkt ontwikkelt worden de tv en misschien de beeldtelefoon als terminal steeds belangrijker. Zeer veelbelovend zijn ontwikkelingen als de WebTV van Philips en Sony, internettelefoon (een telefoon die het internetprotocol IP praat) met beeldschermpje, en de Multimedia PC die dienst doet als communicatiecentrum.

Juist om het gebruikersgemak voor de consument te verhogen worden voortdurend nieuwe innovaties in inputmedia toegepast: aanraakschermen, ergnomische gevormde afstandsbedieningen met touchpad of joystick, voice recognition, etc. Virtual Reality inputmedia helpen om de natuurgetrouwheid en het realiteitsgehalte van multimediasystemen nog verder op te stuwen.

Massa-opslagmedia

Massa-opslagmedia vervullen in multimediadiensten een functie wanneer transmissiemedia onvoldoende bandbreedte bieden of de kosten van netwerkgebruik te hoog zijn. CD-i, CD-ROM en DVD (Digital Versatile Disc) zijn de belangrijkste opslagmedia voor grootschalige toepassing, met name voor uitgevers van informatie, muziek, film en software. In 1995 zijn Philips, Sony en Toshiba een nieuwe wereldstandaard overeengekomen: de DVD (Digital Video/Versatile Disc). De DVD, die minimaal 133 minuten MPEG2-video biedt, is een wereldwijde ondersteunde standaard die de volwassen opvolger van CD-i en CD-ROM gaat worden. MPEG2-kwaliteit wordt vergeleken met de zeer goede filmische kwaliteit van de analoge videodisc. De DVD kan 4,7-17 GB opslagruimte opleveren per schijf. Lineaire DVDs zullen vooral toegepast worden ten behoeve van het afspelen van films. De Interactieve DVD is een volwassener broertje van de CD-i, en is vooral gericht op games, marketing-toepassingen en training. De marktverwachtingen voor de DVD zijn veel beter dan die voor CD-i, omdat er geen strijdige standaarden in de markt gezet worden door rivaliserende producenten, en omdat de filmindustrie de standaard geaccepteerd heeft. Het zal evenwel nog enige jaren duren voordat DVD-spelers en -software massaal en betaalbaar op de markt komen.

Transmissiemedia: van stand-alone naar genetwerkte oplossingen

Eén van de interessantste aspecten van telemultimedia is dat via telecommunicatienetwerken met andere multimediasystemen informatie kan worden uitgewisseld. De eerste multimediasystemen waren stand-alone, nu maken ze onderdeel uit van genetwerkte oplossingen. Deze ontwikkeling legt de basis voor de veelbesproken informatiesnelweg. Onder een informatiesnelweg verstaan we een communicatie-infrastructuur die voor een breed publiek uitwisseling van gedigitaliseerde informatie in elke omvang en in diverse typen (tekst, beeld en geluid) op een snelle, gebruikersvriendelijke en veilige wijze mogelijk maakt. Hoewel voor velen de discussie rond deze informatiesnelweg een zweverig karakter heeft, is de snelweg voor de dagelijkse gebruikers van Internet geen ijdele droom meer. Het is hun dagelijkse realiteit, hoewel het multimediagehalte van Internet nog behoorlijk tegenvalt. Na lang wachten kun je bijvoorbeeld met een traag modem een WWW-pagina met een fotogallerij of uit een medische leerboek de plaatjes (zie figuur 3) ophalen. Echter, wanneer ISDN2 en straks breedbandnetwerken - dat wil zeggen netwerken die sneller zijn dan 2 Mbit/s -ingevoerd worden, wordt multimediaal Internet-gebruik stukken aantrekkelijker.

  *foto medisch leerboek ìAnatomyî* Figuur 3: Het multimediagehalte van internet nu: vooral tekst met plaatjes.

 

De groei van telemultimedia wordt onder andere geïllustreerd door de groei van de interactieve TV-markt. Interactieve TV heeft betrekking op de groeiende mogelijkheden voor gebruikers om response te geven via de TV. In 1989 bedroegen volgens Frost & Sullivan de inkomsten voor aanbieders nog slechts 355 miljoen dollar. In 1993 was dat al 934 miljoen dollar en voor 1996 verwachten zij een omzet van 1.753 miljoen dollar. Ook de groei van Internet is sterk: het aantal Internet-computers verdubbelt ieder jaar (Carlier, 1994) en ook recente gegevens van Trendbox bevestigen dit beeld. Met on-line multimediasystemen worden veel proeven genomen. Een voorbeeld in de telecommunicatiesfeer is beeldtelefonie op de PC. Verder investeren AT&T, British Telecom, Time Warner en veel andere telecommunicatie- en mediabedrijven in multimediaproeven met consumenten op de TV-kabel, of via ADSL (Asymetric Digital Subscriber Loop) over koperen telefoonaansluitingen. TV-kabel biedt honderden megabit/s, maar vergt grote investeringen omdat het netwerk niet geschakeld is zoals het telefoonnet, en niet standaard voor interactieve tv geschikt is. Hierdoor kan een informatiepakketje niet naar een specifiek adres gestuurd worden (de hele buurt kan meekijken), en is geen retourkanaal beschikbaar om te reageren op programma’s. ADSL rekt de bandbreedte van telefoonkabel op tot ruim 1,5 Mbit/s, maar de kosten per aansluiting zijn op dit moment nog te hoog om landelijke invoering te rechtvaardigen. Daarom wordt nu geëxperimenteerd met hybride, tijdelijke oplossingen: om informatie naar de consument toe te sturen wordt de TV-kabel gebruikt, een speciaal set top kastje filtert de informatie die niet geraadpleegd mag worden eruit, en de telefoonlijn wordt gebruikt als retourkanaal.

 

Het is nog niet duidelijk welke infrastructuur multimediadiensten goedkoop naar de huiskamer gaat brengen. Toch is het inmiddels wèl duidelijk geworden dat met de huidige snelle prijsdalingen van hardware en de in gang gezette liberalisering van de Europese communicatiemarkt zo'n infrastructuur binnen 10 jaar beschikbaar zal zijn. Daarbij vergeleken zijn de problemen in het bedrijfsleven redelijk beperkt: met simpele ingrepen kunnen bedrijfsnetwerken opgewaardeerd worden door bijvoorbeeld het gebruik van Fast-Ethernet dat 10 keer zo snel is als standaard 10 Mbit/s Ethernet.

Snelle processingmedia

Processingmedia beschrijven we hier voor de volledigheid om het ‘hart’ van telemultimediasystemen niet over het hoofd te zien: de processing en aansturing van de processing.

Voor de bewerking en verwerking van multimediale informatie zijn snelle computers, en is speciale software nodig voor de creatie, bewerking, codering en decodering, en het afspelen van multimediale informatie. Qua hardware gaat het om de grafische werkstations, multimedia pc’s, personal digital assistants, interactieve tv’s, insteekkaarten en set top boxes voor het coderen/decoderen van signaal. Met betrekking tot software gaat het vooral om auteurstalen en scriptalen voor het vervaardigen van multimediaprogramma’s en multimediadocumenten, maar ook om alle basistools die hierbij ondersteunen: image editors, animation studio’s, 3D studio’s, etc. etc.

1.3 Toepassingsgebieden van telemultimedia

We hebben nu een beeld welke media in een multimediasysteem geïntegreerd worden. Een belangrijke vraag is waar we de mogelijkheden die door deze integratie geboden worden, voor kunnen gebruiken. Want wat zijn de belangrijkste toepassinggebieden voor telemultimedia?

    • marketing, verkoop en pr

    • training en onderwijs

    • amusement

    • uitgeven

    • persoon naar persoon & persoon naar groep communicatie

    • archivering

     

Marketing, verkoop en pr

Marketing, verkoop en pr zijn de drijvende kracht achter veel telemultimediatoepassingen op het Internet. Er zijn ondertussen maar weinig bedrijven die niet op de één of andere wijze aanwezig zijn met multimediazuilen in winkels (bijv. in Postkantoren) of etalages op het Web (bijv. Coca Cola, MacDonalds of Volvo). Steeds meer Internettoepassingen worden ook gebruikt voor directe verkoop. Het Web als digitale winkelplaza waarin bijvoorbeeld CD-ROM’s in een virtuele boekwinkel van McMillan en Audio-Cd’s bij CD-Now besteld kunnen worden.

 

Training en onderwijs

Niet alleen marketing is een dankbaar toepassingsgebied van multimedia. Ook voor multimediale trainingen is een levendige markt ontstaan. De Nederlandse politie werd getraind middels een CD-i applicatie. Complete leerboeken zijn op het Internet te vinden, bijvoorbeeld over leverpathologie. Ook de LOI timmert hard aan de weg met Engelse en Franse leergangen op CD-i. Een belangrijk voordeel van multimediatoepassingen in onderwijs is efficiëntie: leerkrachten en dure cursussen worden vervangen door bijvoorbeeld een CD-ROM-gebaseerde training op de PC op de werkplek of thuis.

 

Amusement

Multimedia dringt de huiskamer en speelhallen binnen via steeds mooiere SEGA-, Nintendo- CD-ROM- of CD-i-games. Dit is een onomkeerbare ontwikkeling geworden. Het opkomend zapgedrag heeft tv-kijken al minder passief gemaakt, maar komt pas in ultimo forma tot zijn recht bij het zappen via hyperlinks door het World Wide Web. Ook de tv-wereld heeft de amusementswaarde van Internet ontdekt en opent stations op het Web om met interactie om te leren gaan.

 

Uitgeven

Verder zijn er tal van branchespecifieke applicaties. In de uitgeefwereld, bijvoorbeeld, groeit het belang van multimediale publikaties sterk, zoals een on-line versie van het Veronicablad (zie figuur 4), een bundeling van VNU-uitgaven op CD-ROM, en multimedia-encyclopedieën op CD-i. Ook zien uitgevers mogelijkheden om op deze manier verouderde informatie opnieuw uit te geven, maar nu in de vorm van een naslagwerk: een jaargang Volkskrant of alle Informatie-nummers op CD-ROM. Voor geringe kosten wordt de lezer meerwaarde geboden, want zoeken door papieren bestanden is tijdrovend en weinig effectief.

  *ver-blad.pcx* Figuur 4: Veronicaís tv-magazine.  

 

Communicatie

Al jaren gloort hoop voor Star Trek-achtige communicatietoepassingen. In Nederland biedt KPN Telecom bijvoorbeeld desktop videoconferencing systemen aan voor op de werkplek. Met de komst van Intel-insteekkaarten voor videotelefonie is de markt in een stroomversnelling gekomen. Ook op het Web gebeuren interessante dingen: chatten, internetbeeldtelefonie, multimedia mail e.d. We staan nog pas aan het begin van onze mogelijkheden, want groupware-functies zijn nog slechts beperkt in standaardsoftware-paketten opgenomen.

 

Archivering

Archivering van documenten, audiovisueel materiaal en dossiers is een zinvolle multimediatoepassing. Ook in bijvoorbeeld de medische sector komt men zulke toepassingen in de vorm van medical imaging systemen tegen waarin bijvoorbeeld patiëntendossiers zijn opgeslagen. Andere voorbeelden zijn de opslag van reclamedrukwerk, architectonische ontwerpen en wetenschappelijke simulatiemodellen. Beter kunnen zoeken en efficiënter opslaan zijn de twee belangrijkste argumenten voor de invoering van archiveringssystemen. Omdat veel archieven aan netwerken gekoppeld worden, wordt virtueel reizen door wereldbibliotheken een aangenamer soort werk.

 

1.4 De meerwaarde van telemultimedia

Ondanks de vele toepassingen van multimedia zoals die de afgelopen jaren gerealiseerd zijn, is er nog veel scepsis over de meerwaarde die multimedia ons biedt. Heeft multimedia een toegevoegde waarde? Dit essentiële vraagstuk is niet opgelost, en wordt vaak over het hoofd gezien. Uit de eerste fase van experimenteren met multimediasystemen is naar voren gekomen dat veel openbare multimedia-opstellingen niet levensvatbaar zijn en weinig toegevoegde waarde hebben voor een winkelende klant (Hoogeveen, 1994). Veel systemen die neergezet zijn in een vlaag van enthousiasme, zijn weer net zo snel verdwenen. Wat voor toegevoegde waarde heeft een verzekeringsapplicatie in een ANWB-winkel als drie stappen verder een baliemedewerker je alles haarfijn uit kan leggen over verzekeringen? Wat is de spanning van een multimediasysteem dat je de kneepjes van het roulettespel uitlegt terwijl het vijf meter verderop met grote bedragen gebeurt aan de roulettetafel in het Casino? Als je naar het gebruik van dergelijke systemen kijkt valt op dat investeerders bij de toegevoegde waarde te kort stilstaan.

Om wat voor meerwaarde gaat het?

    • effectieve informatie- en kennisoverdracht (leerrendement);

    • verhoogde attentiewaarde en amusementswaarde;

    • effectieve ondersteuning "multimediale" taken en processen.

Vergelijkend onderwijskundig onderzoek heeft niet eenduidig kunnen aantonen dat multimediacursussen effectiever zijn dan conventionele cursussen2. Toch blijkt multimedia in sommige leersituaties toegevoegde waarde te kunnen hebben indien de toegepaste informatietypen congruent gebruikt worden en de presentatie van informatie van voldoende kwaliteit is. Congruent houdt in dat het gebruik van de diverse audiovisuele informatietypen ondersteunend is aan het overbrengen van dezelfde boodschap, en dus zeker niet afleidend werkt. Een voorbeeld waarin de kwaliteit van informatiepresentatie van belang is, is de resolutie van afbeeldingen van planten in een digitale flora. Zonder scherpe afbeelding is een plant niet goed te determineren. Andere variabelen die van belang lijken, zijn de mate van interactiviteit, het goed gebruik van referentiemodellen en een slim gebruik van zoekstructuren. Interactiviteit bevordert de betrokkenheid van gebruikers. Gebruik van metaforen, die aansluiten bij onze mentale referentiemodellen, maakt informatie begrijpelijker en verteerbaarder voor gebruikers. Bijvoorbeeld het gebruik van een stopbord voor het beëindigen van een applicatie zal voor veel mensen natuurlijk overkomen. Zoekstructuren helpen, als ze goed geïmplementeerd zijn, de gebruiker snel en effectief de informatie te vinden die hij ook wil hebben.

Afgezien van het feit dat de effectiviteit van multimedia als toevoeging nog niet volledig helder is, blijkt dat multimediasystemen als systeem toch wel effectief kunnen zijn. Een voorbeeld is een marketingarchief dat jaarlijks 1,7 miljoen besparing oplevert door een toegenomen hergebruik van fotomateriaal. Een ander voorbeeld is een CD-i training die een besparing in reis- en trainingskosten met zich meebrengt voor een internationale firma. Hoewel kostenvoordelen niet altijd toe te wijzen zijn aan multimedia sec, draagt multimedia toch wel degelijk iets bij: het bevordert de acceptatie van systemen, en is soms een faciliterende technologie zonder welke een systeem niet gerealiseerd had kunnen worden.

1.5 Vooruitblik op nieuwe media

Een veel gehoorde term in multimedialand is ënieuwe mediaí. Nieuwe media is een verzamelterm voor multimedia, internet, intranet, etc. Het nieuwe aan nieuwe media is flink aan verandering onderhevig: tien jaar geleden werden Videotex-systemen ook nog aangeduid als nieuwe media, en na multimedia volgen er uiteraard ook weer andere golven. Een natuurlijke extensie van de huidige nieuwe media, multimedia in een ultiemere vorm, is Virtual Reality. Virtual Reality voegt elementen toe als 3D en interpretatie van bewegingen van de gebruiker, om een meer realistische omgeving te creëren. Virtual Reality belooft het bedieningsgemak van systemen tot een ultiem niveau op te stuwen, maar dan moeten primitieve hulpmiddelen als Virtual Reality-pakken, -helmen en -handschoenen wel vervangen worden door veel eenvoudiger hulpmiddelen!

 

Multimedia is de voorbode van Virtual Reality. Terwijl multimedia informatie tot leven brengt, maakt Virtual Reality ons deel van de informatie doordat de afstand tussen mens en systeem geminimaliseerd wordt en doordat de informatie direct reageert op ons gedrag. Opvallend is dat reacties op Virtual Reality nu, in het zakenleven even terughoudend zijn als reacties op multimedia 5-6 jaar geleden. "Het is maar een speeltje". Echter, technologische vernieuwingen, dalende prijzen, een hoog fun-gehalte, en behoefte aan natuurlijke en communicatieve gebruikersinterfaces hebben de grootschalige introductie van multimedia in korte tijd mogelijk gemaakt. Want de multimediamarkt groeit snel, onstuimig haast. Groeipercentages voor de totale multimediamarkt variëren veelal van 50 tot 100% per jaar afhankelijk van hoe gemeten wordt. Voor de Nederlandse markt hebben Harlaar & Van Pelt (1994) uitgebreid onderzoek verricht naar wat zij interactieve multimedia noemen. Zij becijferden dat de totale interactieve-multimediamarkt in Nederland is gegroeid van 33 miljoen gulden in 1992 tot 56 miljoen gulden in 1994 met een gemiddeld groeipercentage van circa 30% per jaar. Volgens Trendbox groeit de Internetmarkt in Nederland met circa 100% per jaar, naar 700.000 regelmatige gebruikers in Nederland eind 1996. Internet is dus al een massamedium geworden!

 

1.6 Opbouw van het boek

Het doel van dit boek is om IT-specialisten en informatiemanagers te helpen bij hun beeldvorming over de mogelijkheden, onmogelijkheden en meerwaarde van telemultimedia voor hun organisatie. De rol die telemultimedia kan spelen verschilt per organisatie (hoofdstuk 2). Uitgeverijen en omroepen worden door multimedia gedwongen zich te bezinnen op hun kern-competenties; industriële, transport en handelsorganisaties krijgen mogelijkheden aangereikt om communicatieprocessen en informatieverwerkende taken te stroomlijnen. Internetgebaseerde netwerken spelen hierbij een belangrijke rol (hoofdstuk 3). We zien internet als dé drager voor telemultimedia, en nu al goed voor grote economische bedrijvigheid: alleen het verstrekken van toegang tot het internet in Europa is in 1997 al goed voor miljarden guldens omzet. Als transactiemechanismen aan het internet worden toegevoegd ontstaat een virtuele marktplaats waarop in het volgende millennium een belangrijk deel van de Europese economische groei gebaseerd zal zijn.

De afgelopen jaren hebben vele organisaties multimediaprojecten of pilots uitgevoerd. De ervaringen die zijn opgedaan, zijn zeer illustratief voor de praktische waarde van multimedia. KPNN Telecom heeft een multimediale bedrijfscatalogus ingevoerd ter ondersteuning van de marketing en sales (hoofdstuk 4). Het systeem draagt bij aan de bedrijfsdoelen van KPN Telecom, en realiseert ruimschoots een positieve return on investment. Stivako, een opleidingsinstituut voor de grafische bedrijfstak, heeft een antwoord gezocht op een veelgestelde vraag in het midden en kleinbedrijf: op welke wijze kan ik telemultimedia profijtelijk inzetten (hoofdstuk 5)? Op basis van de Process Quality Management (PQM)-methode zijn een zevental toepassingen van internet en multimedia ter ondersteuning van het onderwijs, en de marketing en sales onderscheiden. In hoofdsuk 6 geven we een tiental tips om projectleiders te ondersteunen bij het succesvol managen van multimediaprojecten.

Het blijft gissen hoe de multimediale toekomst er voor ons uit ziet. Aan de hand van stellingen dagen we u uit te bedenken wat multimedia voor u kan betekenen (hoofdstuk 7), en op welke wijze u uw voordeel kunt doen met de interessante maar vaak onbegrepen of overschatte mogelijkheden van multimedia.

Literatuur

Carlier, K. (3 juni 1994). Zaken doen in Cyberspace. Wie heeft boodschap aan Internet? CM Corporate. 54-55

Harlaar & Van Pelt (1994). Branche-onderzoek Interactieve Multimedia. Deel II, Marketingcommunicatie & Voorlichting. Rotterdam: Harlaar & Van Pelt Marketing Consultancy.

Hoogeveen, M.J. (1994). The Viability of Multimedia Retrieval Systems for Marketing and Sales. Proefschrift TU Delft. KPN Research, Leidschendam.

2. Waarom investeren organisaties in telemultimedia?

Samenvatting

Organisaties die actief zijn in de levenscyclus van multimediale informatie worden geconfronteerd met nieuwe afzetmarkten en nieuwe concurrenten. Voor hen is investeren in multimedia en Internet cruciaal. Voor ‘gewone’ organisaties vervult multimedia vooral de rol van nieuw en effectief communicatie-instrument dat gebruikt wordt om de interne en externe communicatie te ondersteunen en te stroomlijnen.

De meerwaarde die telemultimedia voor een organisatie biedt, komt enerzijds voort uit het goedkoper en sneller opslaan, zoeken, verwerken en transporteren vanmultimediale informatie. Anderzijds wordt toegevoegde waarde geboden doordat multimediasystemen meer functionaliteiten bieden dan conventionelesystemen, waardoor de kwaliteit van communicatieprocessen en informatieverwerkende taken verbetert.

 
3. Internetgebaseerde netwerken bieden meest succesvolle infrastructuur voor telemultimedia

Samenvatting. Op internetprotocollen (IP) gebaseerde netwerken vormen het fundament voor telemultimedia. Het begon met het Internet, kort aangeduid met het Net, een wereldwijd netwerk van duizenden netwerken dat sinds kort commercieel is doorgebroken. De toepassing van IP in bedrijfsnetwerken leidde tot de opkomst van Intranetten, en de toepassing van IP in doelgroepnetten of branchenetten leidde tot de groei van wat sinds kort Extranetten wordt genoemd. Het aantal IP-gebruikers over de gehele wereld en ook in Nederland groeit fors. Het blijkt verder dat aan Internet-toegang, interactieve advertentiemedia en digitale winkelruimte aanbieden nu al een goede boterham verdiend wordt. Uitgeven van informatie, zoekdiensten en het daadwerkelijk handelen via het Net zijn commercieel nog in opkomst.  

       

4. Een multimediale bedrijfscatalogus voor tele-ordering: een beschrijving en kosten-baten-analyse  

Samenvatting. Een multimediale bedrijfscatalogus, een multimediasysteem dat het zakelijke assortiment op een levendige wijze presenteert aan zakelijke klanten, biedt bedrijven aanknopingspunten hun verkoopproces te verbeteren. Dit hoofdstuk analyseert, aan de hand van een voorbeeld, de bedrijfsdoelen die relevant zijn voor een multimediale bedrijfscatalogus, de informatieverwerkende taken die door zo’n catalogus ondersteund worden en de systeemfunctionaliteit die voor zo’n catalogus vereist is. Door middel van een kosten-baten-analyse wordt de economische potentie aangetoond van een multimediale bedrijfscatalogus voor een bedrijf met een grote hoeveelheid bulkprodukten in het assortiment.

     

5. Waarom investeert een onderwijsinstituut in telemultimedia?

Met behulp van Proces Quality Management (PQM) de meerwaarde van telemultimedia geanalyseerd.  

Samenvatting. In het kader van een strategische oriëntatie op de komende vijf jaar heeft Stivako, een opleidinsinstituut voor de grafische branche, de potentie van multimedia onderzocht. We beschrijven hoe Stivako de oriëntatie heeft uitgevoerd met behulp van een voor multimedia aangepaste versie van de Proces Quality Management (PQM) -methode. Het resulteerde in een zevental telemultimediatoepassingen ter ondersteuning van de interne communicatie, de communicatie met belangengroepen in de grafische bedrijfstak, voor de marketing en sales, en voor het onderwijs.

     

6. Tien geboden voor succesvolle multimediaprojectleiders

Samenvatting: in dit hoofdstuk worden de tien belangrijkste aandachtspunten besproken voor multimediaprojektleiders, tien geboden. Een aantal zijn generiek en gelden ook voor andere typen projekten. Toch zijn er een aantal specifiek voor multimedia, zoals de sterke nadruk op multidisciplinaire expertise, en zijn er multimediaspecifieke nadrukken te leggen.
 

7. Discussie

In de voorgaande hoofdstukken hebben we diverse aspecten van telemultimedia belicht. We beschreven wat we onder telemultimedia verstaan, hoe Internetgebaseerde infrastructuren een doorbraak brachten, wat voor toepassingen er zijn, wat de potentiële voordelen zijn, en waar bij telemultimediaprojekten op gelet moet worden. De belangrijkste conclusie is misschien dat de meerwaarde van telemultimedia per projekt en per toepassing afgedwongen moet worden, het is geen vanzelfsprekendheid. Multimedia is leuk, leidt tot versnelde acceptatie van systemen bij gebruikers, maar is niet per definitie effectiever voor communicatie of leerprocessen. Telemultimedia biedt wel veel potentiële efficiëntievoordelen, zoals we onder meer in de case bij KPN Telecom gezien hebben, en is een enabling technology voor het ondersteunen van virtuele bedrijvigheid - onafhankelijk van tijd en plaats - waaronder electronic commerce. Electronic commerce is het middels telemultimedia inrichten van handelsactiviteiten, zoals inkoop, verkoop, en moet dus functionaliteit bieden voor kijken, kopen, bestellen en betalen. Dit is de transformatie die Internet nu doormaakt. De impact in de volgende eeuw zal gigantisch zijn.

Natturlijk kunnen we slechts raden naar hoe de toekomst er voor ons uit zal zien. Toch vinden we het belangrijk ons een beeld over de impact van telemultimedia en de toekomst te vormen. In dit afsluitende hoofdstuk laten we onze gedachten de vrije loop aan de hand van een aantal stellingen.

Stelling 1: "Multimedia bestaat niet meer in het jaar 2000"

Multimedia ontwikkelt zich op het raakvlak van informatietechnologie, telecommunicatie en consumentenelectronica.We zien multimediale mogelijkheden dan ook terugkomen in zowel computersystemen, (mobiele) telefoons als in televisies met set top boxen. Het gevolg is dat multimediafuncties steeds moeilijker apart te onderscheiden zijn. Daarom zal de aanduiding ‘multimedia’ in het jaar 2000 zelfs net zo gedateerd zijn als een ‘katalysator’-sticker op een personenauto nu. Kortom, multimediale toeters en bellen behoren binnen afzienbare tijd tot de standaarduitrusting van de meeste zakelijke en consumentensystemen.

Stelling 2: "Multimedia is onontkoombaar"

Er wordt veel gespeculeerd over de veranderingen die in organisaties plaatsvinden als gevolg van multimedia en Internet. Wij denken dat bedrijven geen keus hebben, ze moeten telemultimediasystemen gebruiken om straks nog mee te tellen wanneer electronic commerce losbarst. Niet aangesloten op het wereldompsannende electronic commerce-systeem en je marginaliseert. Onderstaand illustreren we dit voor achtereenvolgens ‘gewone’ organisaties en ‘mediagerichte’ organisaties.

Voor ‘gewone’ organisaties zullen multimedia en Internet een plaats krijgen binnen de communicatiemix die organisaties nu reeds ter beschikking staat.Voor de externe communicatie betekent dit dat Internet en extranetten ingezet worden naast de bestaandecommunicatiekanalen. Het is geen of maar en. De interne communicatie van organisaties wordt met behulp van intranet gestroomlijnd, waardoor organisaties communicatie-intensiever, platter en flexibeler worden. Intranet is een enabling factor voor decentralisatie, werken in teams en virtuele organisaties en maakt aldus de implementatie van organisatiekundige idealen mogelijk. Inkoopafdelingen maken via extranetten en Internet selecties van potentiële leveranciers, vragen on-line offertes aan, en bestellen on-line. Verkoopafdelingen investeren in on-line advertenties, digitale winkels en geïntegreerde orderafhandeling omdat dit grote kostenbesparingen met zich meebrengt.

Voor ‘mediagerichte’ organisaties blijft het ‘business as usual’. In plaats van het aanbieden of verspreiden van conventionele informatie richten ze zich nu ook op multimediale informatieprodukten en -diensten. De essentie van hun werk blijft echter hetzelfde. Wel zal de laagdrempeligheid van het aanbieden van multimediale informatie leiden tot nieuwe aanbieders en daarmee een hogere concurentie, hetgeen een serieuze bedreiging vormt voor de huidige gezichtsbepalers in de uitgeef- en amusementswereld. Ook voor mediagerichte organisaties geldt wat voor ‘gewone’ organisaties geldt: bedrijfsprocessen worden herontworpen op basis van telemultimedia, de informatiesnelweg.

Stelling 3: "Telemultimedia is een nieuwe industrie en bron van nieuwe welvaart"

Naast de veranderingen die voor bestaande organisaties plaatsvinden, vormt zich een volledig nieuwe industrie rondom Internet/intranet, multimedia en electronic commerce. Er worden produkten en diensten ontwikkeld die voorheen niet bestonden. Enkele jaren geleden kenden we bijvoorbeeld het woord Internetprovider of interaction designer nog niet. Iedere maand komen er inmiddels nieuwe typen taken bij. De multimedia- en Internetindustrie gaan de komende jaren wereldwijd miljoenen nieuwe banen genererenen. Vanwege de convergentie met de ‘oude’ informatietechnologie-, consumer electronics - en telecommunicatie industrieën in combinatie met de opkomst van nieuwe ideeën, technologieën en bedrijvigheid durven we telemultimedia een nieuwe industrie in opkomst te noemen. Het belang van deze nieuwe industrie mogen we niet onderschatten!

Stelling 4: "Het web is de drager voor telemultimedia"

Ondanks alle aandacht in de media, of misschien juist daardoor, twijfelen nog altijd vele mensen aan de levensvatbaarheid van het web. Er hebben zich echter wereldwijd al zoveel grote bedrijven gecommit aan het web, dat er geen weg terug meer is: het point of no return is al ruim gepasseerd. De investeringen in de ontwikkeling van nieuwe compressietechnieken, extra infrastructuur en andere mogelijkheden om de bandbreedte van Internet te vergroten, maken tezamen met de universele platformonafhankelijke toegankelijkheid, het web tot de ideale drager voor telemultimediadiensten. Verder moeten we ons vooral niet vastpinnen op hoe het huidige Internet eruit ziet. We hebben al gezien dat intranetten, extranetten en zelfs landennetten volgende stappen vormen in de ontwikkeling van Internet. Bij deze nieuwe generaties netwerken wordt de beveiliging, betrouwbaarheid en perfomance veel beter geregeld dan op het anarchistische Internet.

Stelling 5: "WebTV: de nieuwe verslaving"

De consument besteedt een flink aantal uren per week aan tv-kijken. Belangrijke reden hiervoor is de behoefte aan vermaak, sport, nieuws en actualiteiten. De doorsneeconsument wordt steeds meer een interactieve-media-consument. Dat wil zeggen dat de consument zijn informatiebehoeften op een interactievere, minder passieve, wijze wil bevredigen. Vergelijkbare diensten en programma’s op WebTV en via interactieve televisie zullen daarom traditionele broadcastingdiensten gaan verdringen. Nu al geven gebruikersonderzoeken aan dat Internetgebruik vooral ten koste gaat van tv-kijken. Interactieve quizen en games hebben een gouden toekomst. Sinds het "Henny Huisman"-effect wordt de combinatie tv met interactie niet meer onderschat.

Ondertussen maakt tv- en gokverslaving plaats voor Internetverslaving. De eerste verslaafde heeft zich al gemeld voor begeleiding bij zijn pogingen om af te kicken van het websurfen. Dit illustreert de volwassenheid van het nieuwe medium in onze samenleving. Geen wonder dat de commercie multimedia als nieuwe telg in het rijtje sex, drugs & Rock ‘n Roll ziet, en een mediagigant als EndeMol een aparte divisie opgericht heeft om interactieve entertainment te gaan bieden.

Stelling 6: "Rijke communicatie, sociale verarming"

Aangezien met telemultimedia rijker, leuker en gevarieerder gecommuniceerd kan worden dan met de telefoon, monomedia-PC en tv, neemt multimedia stormenderhand onze huiskamers, keukens, hobbykamers, en werkplekken. Laten we enkele voordelen voor de consument bespreken.

Nederland heeft met teletekst al jaren een eenvoudige maar veelgebruikte electronische informatiedienst. Probleem van teletekst is de omslachtigheid om informatie op te vragen, de lange wachttijd, en de onaantrekkelijke presentatie op een niet voor lezen geschikt tv-scherm. Multimedia en Internet dragen bij aan het gemakkelijker, sneller en hapklaar opzoeken van informatie over files, het weer, vertrek- en aankomsttijden op Schiphol, sportuitslagen,etc.

Het gewin van nieuwe media voor de consument zit hem onder andere in de laagdrempeligheid om informatie aan te bieden. Ook voor een kleine doelgroep is het een geschikt medium: onze communicatie voor vrienden en kennissen, verspreiding van de notulen voor vereniging en stichting, de uitslagen van de locale voetbalclub of de aanvangstijden van een cursus bloemschikken in het buurthuis. Kortom, de nieuwe media vullen het gat tussen privécommunicatie en lokale media zoals buurtkranten en plaatselijke omroepen.

Een van de meest genoemde voordelen van multimedia is dat het ‘leuk’ is. Hoewel dit enerzijds komt omdat het nieuw is, blijkt dat multimedia ook op de langere termijn, mits goed ontworpen en gebouwd, wordt ervaren als attractief en aansprekend. Voor consumentenprodukten en -diensten is dit een niet te onderschatten factor die een belangrijke bijdrage leveren aan het genot voor de consument, en daarmee het succes van de toepassing.

Ook zullen nieuwe produkten en diensten voor de consument ontwikkeld worden. Kleding kopen via homeshopping, virtueel op verjaardagsbezoek gaan bij oma in Nieuw Zeeland, games spelen over het Net waarin vriendjes uit binnen- en buitenland je tegenstanders zijn, op afroep speelfilms, sportwedstrijden of nieuwsberichten bekijken, te veel om op te noemen. De creativiteit van aanbieders van nieuwe diensten zal vooral gestuurd worden door het commerciële voordeel dat ze behalen door te voorzien in het gemak, genot en gewin voor de consument.

De keerzijde van de medaille wordt wel de sociale verarming genoemd. Mensen zouden minder tijd voor elkaar hebben wanneer ze nog meer gekluisterd raken aan beeldschermen. Iets dergelijks werd ook gezegd toen de telefoon werd geïntroduceerd, die zich tot een sociaal medium heeft ontwikkeld. Zeer specifieke tegenvoorbeelden hebben betrekking op gehandicapte mensen en sociaal-geremden die hun isolatie vanwege fysieke of geestelijke handicap eenvoudiger kunnen doorbreken en met gelijkgestemden kunnen communiceren. Op Internet, ‘where nobody knows you’re a dog’, neem je eenvoudig een nieuwe identiteit. Velen putten daar steun uit, en bouwen met herwonnen zelfvertrouwen sociale contacten op. Overigens, het aantal mensen dat elkaar niet via Treffers maar via chatrubrieken en andere toepassingen op het Net heeft leren kennen groeit schrikbarend. Er groeit langzamenhand een klasse van Netizens die tenminste een deel van het sociaal leven in Cyberspace opbouwt en onderhoudt.

Voor veel dertigplussers is dit een gruwel, een in hardware gebijtelde nachtmerrie van "sociale verarming". Ze stellen geen behoefte te hebben aan Internet. Het bewust ontlopen of zelfs ontkennen van computers en Internet wordt wel digibetisme genoemd. Digibeten zijn de analfabeten van morgen en hebben een gerede kans op een maatschappelijke achterstandspositie. Dit gevaar wordt groter naarmate de leeftijd van de digibeet lager is.

Stelling 7: "De praktische waarde van telemultimedia wordt begrensd door het digibetisme van de directie"

De meerwaarde van telemultimedia moet in projekten en toepassingen afgedwongen worden, is geen vanzelfsprekendheid. Groot probleem in veel organisaties is dat er nauwelijks of geen directieleden te vinden zijn die opgegroeid zijn met computers, laat staan Internet actief gebruiken. Wanneer een intranet binnen een bedrijf zijn intree doet, zijn het in de laatste plaats de hogere managers die meediscussiëren in nieuwsgroepen.  

En wat te doen wanneer een telemultimediaproject opgezet moet worden? Dan moet de afweging gemaakt worden deze te laten leiden door de aanstormende generatie Internetspecialisten - jonge honden - of door een lid van het establishment, dat zich echter eerst een half jaar moet inwerken en vanuit een oud paradigma een vergroot risico loopt om foute keuzen te maken. Veel directies kiezen dan voor de ‘veiligheid’ van het establishment, voor uitstel, of voor het buiten de deur laten uitvoeren van zo’n projekt. Omdat dit te vaak fout uitpakt wordt men links en rechts ingehaald door kleine, innovatieve spelers. Zo is ook eens Microsoft ontstaan en zo zijn nu Yahoo, Netscape en vele Internet Service Providers in korte tijd groot gegroeid.

Stelling 8: "Telemultimedia: uw investering waard!"

Als titel van dit boek kozen we voor de vraag, of telemultimedia uw investering waard is. Deze vraag is natuurlijk moeilijk in een massamedium als dit boek te beantwoorden. We hebben met behulp van theorieën en illustratieve voorbeelden een beeld geschetst van hoe anderen over multimedia denken en er voordelen mee bereikt hebben. We hopen dat het u helpt bij uw beeldvorming hoe multimedia u kan ondersteunen. Multimedia en internet zijn een speelvijver voor creativiteit en innovatie, waarin u samen met terzake kundige specialisten en adviseurs kunt vissen naar oplossingen en uitdagingen voor uw specifieke situatie. Wij zijn er van overtuigd dat telemultimedia niet alleen uw aandacht, maar ook uw investering waard is.

Appendices

Aanpak Multimediaproject

Identificeren

  • Verkrijg globaal inzicht in mogelijkheden multimedia (Alle hoofdstukken)
  • Selecteer samen met gebruikers en klanten alleen die activiteiten waar multimedia echt meerwaarde lijkt te bieden (H5)
    • Sluit deze activiteiten aan op de visie & missie van uw organisatie?
    • Bepaal het ambitieniveu: welke (organisatie-)verbeteringen streeft u na?
    • Identificeer kritieke succesfactoren bij deze kritische activiteiten
  • Put uit ervaringen van anderen: veel multimedia-ervaring is opgedaan met: marketing, sales, public relations, serviceverlening, archivering, uitgeven, telecommunicatie, onderwijs, training en amusement.
  • Selecteer multimediaprojecten op basis van de financiÎle aantrekkelijkheid en de competencies van uw organisatie

 

    Legitimeren

  • Bepaal of elk multimediaprojekt voldoende meerwaarde oplevert in termen van
    • dienstinnovatie: nieuwe omzet
    • primaire bedrijfsprocessen: efficiÎntie & effectiviteit
    • verbeteren ondersteunende processen: efficiÎntie
  • Een hulpmiddel bij het bepalen van de baten zijn de volgende vragen (H2):
    • op welke behoeften spelen in- of externe multimediadiensten in?
    • wordt het opslaan en opzoeken van informatie goedkoper?
    • hoeveel besparingen levert een beter hergebruik van informatie op?
    • worden de transportkosten van informatie lager of transporttijden korter?
    • kan het gebruik van informatie beter vastgelegd en/of afgerekend worden?
    • kan de informatie beter verwerkt worden?
    • kan de informatie beter op individuele behoeften worden toegespitst?
    • leidt het systeem tot verbeteringen of besparingen in de bedrijfsprocessen?
    • leidt het systeem tot verbeteringen of intensivering van de relatie met klanten?
    • leidt het systeem tot nieuwe vormen van business?
    • hoe groot zijn de marktkansen voor verschillende multimediadiensten?
  • Maak kosten-baten analyses en Return-on-Investment analyses (H4)
  • Onderzoek bij gebruikers/klanten de verwachtingen ten aanzien van multimediasystemen/-diensten (H5)
  • Selecteer alleen toepassingen die significante meerwaarde opleveren

 

    Realiseren

  • Selecteer leveranciers op basis van kosten, beheersbaarheid en betrouwbaarheid
    • Belangrijke systeemcomponenten zijn: gebruikerssoftware (verspreiden via opslagmedia als CD-ROM?), terminals (presentatiemedia), servers (processingmedia), netwerken (transmissiemedia)
  • Sluit aan op gebleken succesfactoren van multimediasystemen
  • Gebruik informatietypen congruent
  • Let op de kwaliteit van de presentatie van gegevens
  • Mate van interactiviteit sluit aan op gebruiksomgeving en gebruiker
  • Goed gebruik van referentiemodellen
  • Slim gebruik van zoekstructuren
  • Sluit aan op de tien geboden voor projectmanagers (H6)
    • Zorg voor management commitment
    • Alloceer multidisciplinaire competences
    • Denk innovatief en creatief
    • Zorg voor goede materiekennis
    • Zorg voor inzicht in toegevoegde waarde
    • Jaag (uitsluitend) bedrijfsrelevante doelen na
    • Zorg voor een korte time-to-market
    • Zorg voor een eenvoudig te gebruiken gebruikersinterface
    • (nogmaals...) Gebruik industriestandaarden
    • Maak heldere afspraken en kom ze op tijd na

 

    Exploiteren

  • Zorg voor de organisatorische inbedding samen met in- of externe deskundigen
  • Spreek af wie verantwoordelijk is voor wat
  • Train gebruikers
  • Zet een minimale ondersteuning- en beheerorganisatie op

 

    Evalueren

  • Doe altijd eerst gebruikerstest of marktpilots voordat de dienst of het systeem uitgerold wordt
  • Registreer het gebruik en vraag om feedback van gebruikers
  • Meet of de verwachtte meerwaarde is gerealiseerd en pas het systeem/de dienst daarop aan
  • Indien het systeem volstrekt niet aan de verwachtingen voldoet is het goedkoper het project te stoppen dan om IJzeren Heijnig door te gaan.

 

Verklarende woordenlijst

ADSL - Asymetric DigitalSubscriber Loop - is een technologie die het mogelijk maakt koperentelefoonlijnen te gebruiken voor multimediadiensten (bijv. met bandbreedtes van 1,5 Mbit/s).

Authoring staat voor het schrijven van een multimediaprogramma, bijvoorbeeld via een scrpttaal.

Een CD-i is een interactieve CD voor multimediaprogramma's. Philips is uitvinder en enige leverancier.

CD-ROM is een computerschijfje in CD-formaat dat alleen gelezen kan worden en geschikt is voor meer dan 500 MB aan bestanden.

DVD - Digital Video/Versatile Disc - is een industriestandaard die de huidige generatie CD-produkten vervangt en onder andere 133 minuten kwaliteitsvideo (MPEG2) kan bevatten.

Extranet is een doelgroepnet of branchenet op basis van Internetstandaarden, wat ook wel met Intranet in ruime zin wordt aangeduid.

Fast-Ethernet is een Ethernet dat 10x zo snel is als een standaard Ethernet (100 Mbit/s in plaats van 10 Mbit/s).

FAQ - Frequently Asked Questions - is een lijst waarop standaardvragen met antwoorden staan, die vaak via het internet ter beschikking worden gesteld om nieuwe gebruikers te ondersteunen bij problemen, en waardoor helpdesk-medewerkers worden ontlast.

FTP - File Transfer Protocol - is een protocol voor het transporteren van bestanden tussen computers die onderling via het Internet zijngekoppeld.

Gopher is de tekstuele voorloper van het WWW, en raakt langzaamaan in onbruik.

Homepage is de aanduiding die gebruikt wordt voor de beginpagina van een site (heet vaak "index.html").

HTML - Hyper Text Markup Language - is de taal die door het CERN is bedacht op basis van SGML om webpagina’s mee te schrijven.

HTTP - Hyper Text Transaction Protocol - is het protocol waarmee HTML-pagina’s via het net getransporteerd worden.

Een hyperlink is een verbinding tussen twee geassocieerde stukken informatie. Na activering met een muisklik wordt de gerelateerde informatie getoond. In tekstomgevingen spreken we van hypertext, in multimedia-omgevingen van hypermedia.

Een informatiesnelweg (InformationHighway, (inter-) National Information Infrastructure) is een breedbandige communicatie-infrastructuur die voor een breed publiek uitwisseling van gedigitaliseerde informatie in elke omvang en in diverse typen (tekst,beeld en geluid) op een snelle, gebruikersvriendelijke en veilige wijze mogelijk maakt.

Interactiviteit kent drie verschijningsvormen:de interactie tussen twee (groepen) personen, de interactiviteit tussen een multimediasysteem (zoals CD-ROM) en de gebruiker, en de interactiviteit tussen twee (groepen van) systemen.

Internet is het wereldwijde netwerk van netwerken dat gebaseerd is op IP-standaarden.

Internet Access Provider is een organisatie die consumenten en bedrijven toegang verleent tot het Internet.

Intranet is een bedrijfsnet op basis van Internetstandaarden.

IP - Internet Protocol - zie TCP/IP

IP-adres is de fysieke unieke naam waarondereen computer op het Internet bekend is, bijvoorbeeld 192.19.34.345.

ISDN - Integrated Services Digital Network - is een standaardprotocol voor digitale communicatie. ISDN komt in twee varianten voor: ISDN2 en ISDN30.ISDN2 - basic rate - biedt 2 kanalen van 64 kbit/s plus een datakanaal.ISDN30 -primary rate - biedt 30 kanalen van 64 kbit/s plus een datakanaal.

MPEG - Moving Pictures Expert Group - omvat een aantal video- en audiocompressiestandaarden. MPEG1 wordt momenteel gebruikt op Video-CD’s.

Multimedia geeft aan dat meerdere "media" zoals tekst, video, afbeeldingen, spraak en muziek naadloos geïntegreerd gebruikt worden.

Netwerkcomputer is de naam voor een nieuwe generatie computers die vooral gebruikt worden voor het benaderen van informatie op, en het uitwisselen van informatie via het Internet. Kenmerken van de netwerkcomputer zijn de lage prijs, het ontbreken van een harde schijf, en dus het ontbreken van voorgeïnstalleerde software omdat alle software just-in-time via het net geladen wordt.

PPP - Point to Point Protocol - wordt gebruikt om computers via een seriële lijn (het telefoonnet) onderdeel te maken van het Internet, waardoor tcp/ip programma’s als webbrowsers enmailprogramma’s gebruikt kunnen worden.

Quicktime is een standaard voor het omgaan met gedigitaliseerde (tijdsafhankelijke) informatie, zoals foto’s, geluid en video. Oorspronkelijk ontwikkeld door en voor de Apple Macintosh, maar nu beschikbaar voor de meest gangbare platforms als Windows 95 en Unix.

SGML - Standard Generalized Markup Language - is een taal voor het aangeven van de structuur en de opmaak van componenten van een document met behulp van tags.

Site is de aanduiding die gebruikt wordt voor de verzameling webpagina’s van een persoon of een organisatie.

TCP/IP - Transport Control Protocol/Internet Protocol - de set van basiscommunicatieprotocollen van het Internet: TCP is een gestandaardiseerde controlemethode voor het veilig verzenden van gegevens, IP regelt de adressering van de informatie.

Telemultimedia heeft betrekking opmultimediadiensten via telecommunicatienetwerken, bijvoorbeeld in de vorm van Web-applicaties.

URL - Uniform Resource Locator - is de unieke locatie-aanduiding van een webpagina op het Internet. De URL is opgebouwd uit het protocol dat gebruikt moet worden om de informatie te benaderen (http://), de logische naam van de computer (of zijn ip-adres) waarop de informatie staat (www.euronet.nl), de logische naam van de directory waarin de informatie staat (/users/martynho/), gevolgd doorde specifieke bestandsnaam van de pagina (index.html).

Video on Demand (VOD) heeft betrekking op de consumentendienst om via kabel- of telefoonnet een video op te vragen en af te spelen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ‘near VOD’, waarbij op vaste tijdstippen een film gestart wordt waarop afgestemd kan worden, of ‘real VOD’ waarbij de consument zelf het starttijdstip bepaalt, en de film kan pauseren en terugspelen.

Virtual Reality voegt elementen toe als 3D, interpretatie van bewegingen van de gebruiker, om een meer realistische multimedia-omgeving te creëren.

VRML - Virtual Reality Markup Language - is een veelbelovende opvolger van HTML waarmee 3D-omgevingen ontwikkeld worden op Internet.

WebTV is een tv die gebruikt kan worden als Internetterminal en waarmee onder andere het Web afgesurfd kan worden. Alle Consumer Electronics-fabrikanten, zoals Philips, Sony en Matshusita, hebben een WebTV voor 1997 aangekondigd.

 

WWW -World Wide Web of W3 - is een grafische applicatie op het Internet, het wereldwijde netwerk van netwerken, dat zeer populair is.

 

Goede websites voor multimediale informatie

  • Geactualiseerde Top 10 multimedia sites
  • http://www.euronet.nl/users/martynho/mmm.html
     
  • Een goede introductie tot het onderwerp Multimedia:http://www.nua.ie/nua/DigitalAge/multimedia.html
     
  • De meest uitgebreide index naar Multimedia InformationSources in de wereld. http://viswiz.gmd.de/MultimediaInfo/
     
  • DigitalAire's MultiMedia Center dat een selectie biedt vande de mooiste multimedia-sites
  • http://www.digitalaire.com/DigAire/MultiMedia/
     
  • Een uiterst laagdrempelige uitleg van multimedia in onzesamenleving door het Japanse bedrijf KDD.
  • http://www.kdd.co.jp/gmm-e/GMM-HOME-E.html
     
  • Een aardig overzicht van educatief materiaal in multimedia.http://www.cs.cornell.edu/Info/Faculty/bsmith/mmsyl.htm
  • Een grappige multimediadienst: de Multimedia Phone (opbasis van MIME) http://www.eit.com/software/mmphone/phoneform.html 
  • Een goed technisch multimedia-journal: IEEE MultiMediahttp://www.computer.org/pubs/multimed/multimed.html
     
  • Het beste overzicht van standaarden voor gedistribueerdemultimediahttp://cuiwww.unige.ch/OSG/MultimediaInfo/mmsurvey/standards.html
     
  • De FAQ’s voor Multimedia Kiosks en MultimediaAuthoring Systems:http://ecuvax.cis.ecu.edu/computing/admin/kioskfaq.html http://www.cis.ohio-state.edu/hypertext/faq/usenet/multimedia/authoring-systems/faq.html
  • Het meest uitgebreide overzicht van multimediabedrijven viade Yahoo: http://search.yahoo.com/bin/search?p=multimedia+company

Multimediastandaarden
 

  • Enige belangrijke de jure multimediastandaarden (ITU/ISO)zijn:
    • F.700 (F.711 - F740): Audiografischestandaarden, en standaarden voor videotelefonie en videovergaderen
    • H.221: Frame structure voor een 64 tot 1920 kbit/s kanaalbinnen audiovisuele telediensten
    • H.242: audiovisuele communicatie middels digitale kanalen tot 2 Mbit/s
    • H.261: Video Codec voor audiovisuele diensten met eensnelheid van p x 64 kbit/s
    • H.320: smalbandige visuele telefoniesystemen en -terminals
    • HyTime (Hypermedia/Time-Based Structuring Language):SGML-gebaseerde standaard voor hypermediadocumenten
    • IIF: Image Interchange Facility
    • JPEG: compressiestandaard voor continuous-tone still images
    • MPEG: standaard voor gecomprimeerde audio en video.
    • X.400: standaard voor de uitwisseling vanmultimediaberichten via store-and-forward
    • G.728: Spraakcodering met 16 kbit/s op basis van Low-DelayCode Excited Linear Prediction (LD-CELP). Audio-encodering voorvideovergaderen.
    • H.200: audiocompressiestandaard
    • H.243: Multipoint Video Codec Standard
    • T.120 (T.121-T.124): Netwerkonafhankelijkeaudiovergader-protocollen
    •  

    Enige belangrijke multimedia-Internetstandaarden

    • IP Multicast (RFC 1112): uitbreiding opIP voor het ondersteunen van multicasting, d.w.z. het gelijktig verzendenvan informatie naar meerdere IP-adressen.
    • MIME (RFC 1341): Multipurpose Internet Mail Extensions voorhet uitwisselen van multimediale email-berichten
    • RTP: Een transport-protocol voor audio- en videovergaderenen andere real-time-toepassingen met meerdere participanten;
    • ST-2 (RFC 1190): een Internet Stream Protocol; eenIP-protocol die voorziet in een end-to-end gegarandeerde service(kwaliteit)over het Internet.
    • RFC 741: Network Voice Protocol
    •  Xv en mvex: X-extensies voor het toepassen van video.XMovie is een alternatief.
       
       
 

© 1995-2002 Martijn Hoogeveen