|
|
De internetuniversiteit ( InterVersity) als webgebaseerd kenniscafé voor hoger opgeleidenRede uitgesproken bij de openbare aanvaarding van het ambt van hoogleraar Natuur- en technische wetenschappen, in het bijzonder multimedia, aan de Open Universiteit Nederland op vrijdag 18 december 1998 door dr. Martijn J. Hoogeveen Open Universiteit Nederland
Mevrouw de voorzitter van het College voor Promoties, Lieve familie, vrienden en collegas Dames en heren, Inleiding We zijn in een historische periode aangekomen in onze geschiedenis. Er voltrekt zich een razendsnelle overgang van een diensteneconomie naar een kennisintensieve informatie-economie, waarin meer dan de helft van ons bruto nationaal product gegenereerd wordt door informatieproductie, -distributie, en -consumptie. Een illustratie van het belang dat hieraan gehecht wordt, is dat de Australische overheid de informatie-economie zelfs tot beleidsspeerpunt heeft verheven (http://www.noie.gov.au/nationalstrategy/index.html). Misschien is het toeval dat de overgang naar de informatie-economie samenvalt met de overgang naar een nieuw millennium. Maar beslist geen toeval is het dat de grootste angst bij de overgang naar het derde millennium niet is dat de wereld vergaat, zoals bij de vorige millenniumovergang het geval was, maar dat onze informatiesystemen vergaan vanwege het Y2K-probleem: het millenniumprobleem. Het is duidelijk dat de veelbesproken informatiesnelweg de ruggengraat wordt van de informatie-economie of informatiemaatschappij. Deze ontwikkelingen hebben een zeer grote invloed op nagenoeg alle sectoren van onze industrie en samenleving. Vandaag neem ik het universitair onderwijs bij de kop, omdat het primaire proces van instellingen op het gebied van informatie- en kennisoverdracht nu eenmaal zeer gevoelig is voor de ontwikkeling van een infosnelweg. Wanneer universiteiten niet tijdig en pro-actief op de kansen van de infosnelweg inspelen en zich ontwikkelen tot een webgebaseerd kenniscafé voor hoger opgeleiden, voorspel ik binnen enkele decennia de Jutlandisering van het huidige universitaire stelsel. In ieder geval moeten we ons voorbereiden op meer concurrentie vanuit de internationale Internet-markt en veranderingen in de waardeketen van de academische onderwijsindustrie. En ik spreek met nadruk over industrie, omdat in toenemende mate de wetten van de markt ook voor deze tak van sport gaan gelden. Opbouw van de rede
Van digitaal karrenspoor naar multimediaal GigaNet De infosnelweg heeft wereldwijd heel wat Nationale Actie Plannen opgeleverd de afgelopen vijf jaar. De hoge verwachtingen die overheden schiepen, hebben ze echter niet concreet waargemaakt. Wat wel een concreet resultaat was, is de versnelling van het bewustwordingsproces en de voorzichtige investering van overheden in nationale researchnetten, in Nederland bijvoorbeeld via Surfnet. Koot & Bie waren enige jaren terug de eersten die elegant door de infosnelweg-hype heen prikten met hun satire over het digitale karrenspoor, waarbij de sjacheraar Koot zich uitstekend redde met een analoge telefoon. Internet is tot nu toe een digitaal karrenspoor, en kan in zijn huidige vorm nooit de ruggengraat van de informatiemaatschappij en -economie worden. Om al onze communicatie-, informatie- en transactiebehoeften te dekken is er een multimediaal, supersnel Internet noodzakelijk. Interessant is dat dit jaar, op 23 oktober, door ons kabinet in samenwerking met een consortium van vooral internationale bedrijven, ook in Nederland het paaltje is geslagen voor zon multimediale snelweg: er is besloten fors te investeren in GigaPort, met name GigaNet dat met snelheden van gigabits/sec een verbinding moet gaan vormen tussen onderzoekscentra in Nederland, de Verenigde Staten via Internet2, Canada via Canary, Scandinavië en straks onderzoekscentra over de hele wereld. Het gaat om een stap voorwaarts in snelheid met mogelijk een factor 100. Het kabinet zet hiermee een forse stap in het relativeren van het oude paradigma dat alleen investeren in asfalt, rails en beton goed is voor onze welvaart. Ik denk dat we met zijn allen, gedurende de afgelopen tien jaar van dichtslibbende wegen en aantasting van het groen, hebben kunnen constateren dat we op een aantal punten qua welzijn behoorlijk zijn achteruitgegaan. De komende tijd zal een investering in de multimediale snelweg niet alleen een veel groter multiplier-effect hebben op onze economie en welvaart dan investeringen in asfalt, rails en beton - gelet op het snel toenemende belang van de informatie-industrie - maar ook een nieuwe kans bieden voor een schone economie die minder milieubederf creëert. Bij een investering in GigaNet gaat het slechts om voorwaardenscheppend beleid, maar we hebben gezien waar ons dat met het Internet-karrenspoor al toe heeft gebracht en hoe snel deze ontwikkeling is gegaan! Met GigaNet zijn digitale tv, radio, videovergaderen, virtual reality, op afstand een medische operatie in het AMC uitvoeren, driedimensionale spelletjes met je cybervriendjes uit Zuid-Afrika, Palestina en Chili, kooigevochten tussen virtuele robotten, en multimediaal afstandsonderwijs in een internetuniversiteit geen dromen meer, maar multimediale realiteiten in onze informatiemaatschappij van morgen. We kunnen dus wel op onze vingers natellen dat er grote sociale en maatschappelijke consequenties verbonden zijn aan deze ontwikkelingen. En deze zullen lang niet alle positief zijn: bijvoorbeeld, als de consequentie is dat we nog minder aan lichaamsbeweging gaan doen, dan heeft dat grote gezondheidsrisicos en een behoorlijke impact op het straatbeeld. Denk verder maar aan RSI. Ontstaan van de multimedia-industrie van vitaal economisch belang Het ontwikkelen van een echte infoSNELweg à la GigaNet zal een sterke impuls aan de zich ontwikkelende multimedia-industrie geven. Om het belang van multimediabedrijvigheid te illustreren: op dit moment zijn er in de multimedia-intensieve topregio Eindhoven naast Philips al zon 350 bedrijven actief die aangeven dat het predikaat multimedia op hen van toepassing is. Het zwaartepunt in Eindhoven ligt hierbij op de technologie, terwijl in de regio Amsterdam-Hilversum, een ander concentratiepunt van multimediabedrijvigheid, het zwaartepunt vooral ligt op het gebied van multimediale marketing en amusement. Het is dus terecht dat de minister van Economische Zaken voor deze regios heeft gekozen voor het toewijzen van de eerste twee Twinning Centers, die zijn bedoeld als kweekvijvers voor multimedia- of ICT-bedrijven (Informatie en Communicatie Technologie), waarbij overheid, kapitaalverschaffers en bedrijfsleven eendrachtig samenwerken om een beter ondernemingsklimaat te scheppen voor deze starters. De topindustriëlen van morgen, onderschat dat vooral niet! Het vitale belang van de multimedia-industrie wordt nog verder onderstreept door de breedte van het toepassingsdomein. Deze omvat onder andere:
En dit is zeker geen volledige opsomming! Laten we nu om de genoemde ontwikkelingen handen en voeten te geven dieper ingaan op de toepassing van multimedia binnen het hoger onderwijs, een van onze grootste uitdagingen. Het onderwerp is verder zo interessant omdat het een explosief mengsel raakt van waarden in de politiek, de economie, de maatschappij, het internationaliserende bedrijfsleven en onze persoonlijke ontwikkeling. Ik zal dat doen aan de hand van het concept InterVersity, een samentrekking van de woorden, u raadt het al, Internet en university, en een poging wagen om de multimediaontwikkelingen op de infosnelweg voor u allen heel dichtbij te brengen en te voorzien van de noodzakelijke kritische kanttekeningen. Ik wil hierbij laten zien dat het beschikken over een echte infosnelweg à la GigaNet een cruciale randvoorwaarde voor een goed functionerende InterVersity is. Daarbij moet mij van het hart dat het hier om een avontuur naar het onbekende gaat. Niemand weet precies hoe een InterVersity er straks echt uit komt te zien, hoewel er veel verschillende schetsmatige visies op zijn. Eén ding weten we echter zeker: het zal er anders uitzien dan we nu denken. Zeker zal het er anders uitzien dan de ons vanouds bekende universiteit. Het medium film werd in de begindagen behandeld als een venster op een toneel, maar film kreeg zijn eigen dynamiek toen niet meer met een vaste camera maar met bewegende cameras, werd gewerkt, shots vanuit verschillende posities werden genomen en speciaal georkestreerde filmmuziek werd toegevoegd. Het gebruik van Internet als publicatiemedium voor bestaande folders, traditionele cursussen, afbeeldingen van winkelstraten, radio- en tv-uitzendingen zal slechts in het begin een bijrol spelen tijdens de ontdekkingstocht naar de specifieke mogelijkheden van het nieuwe, zich continu ontwikkelende medium. Dus: het recht toe recht aan afbeelden van een traditionele universiteit met al zijn functies op Internet, wat nu iedere universiteit doet, heeft eigenlijk helemaal geen toekomst. Dat blijkt ook uit de bezoekersstatistieken: universitaire sites zijn niet de plaatsen waar je moet zijn als hoger opgeleide. Dat komt omdat het sociale, communicatieve aspect te vaak ontbreekt, wat wel in de collegezaal aanwezig is of om de hoek in het café. Een andere reden is dat er weinig te consumeren valt. Een universiteit die zich niet ontwikkelt tot webgebaseerd kenniscafé waar echt iets interessants te ontdekken valt, zal een competitief nadeel hebben ten opzichte van marktpartijen die daar beter in zijn. De InterVersity als effectief kenniscafé Welke ontwikkelingen op Internet schetsen een beeld van de mogelijkheden van een InterVersity?
(Ziff Davis University voor webondersteunde computercursussen en computerboeken)
Wanneer we de drie functies combineren, kunnen we spreken van een InterVersity als webgebaseerd kenniscafé. De Open Universiteit Nederland is uitstekend gepositioneerd voor de rol van InterVersity, omdat ze al gewend is aan het invullen van afstandsonderwijs, het samenwerken met andere universiteiten en instellingen voor hoger onderwijs, en een certificerende functie heeft. Maar de ontwikkeling van webondersteund leren, en de vercommercialisering daarvan, vergt investeringen in nieuwe vaardigheden. Voor het succesvol inrichten van een kenniscafé voor hoger opgeleiden - lessen lerend van bekende portals als yahoo.com, hetnet.nl, planet.nl, cnn.com, enzovoort - blijkt dat er een explosieve mix nodig is van actueel nieuws, handige zoekstructuren, goedlopende vraag- en-aanbodrubrieken, levendige discussiefora en chatruimten, interessante e-zines, goedkope winkels, en dergelijke. Dit kan geen enkele partij alleen doen, en dus is er een marktgerichte samenwerking nodig. Het betekent concreet dat voor een kenniscafé voor hoger opgeleiden met zeer veel verschillende partijen zoals uitgevers, web designers, universiteiten, HBOs en commerciële opleidingsinstituten nauw zal moeten worden samengewerkt. Effectief toepassen multimediakennis in webondersteund leren Een belangrijke component van een InterVersity is webondersteund leren. Het wordt door Collins e.a. wel beschreven als een leermiddel dat het gehele educatieve landschap in de toekomst zal veranderen. Maar is webondersteund leren wel effectief? Hier is op basis van onderzoek naar Multimediaal Ondersteund Onderwijs en webondersteund leren geen eenduidig antwoord op te geven. Multimediaal onderwijs is soms minder effectief dan traditioneel onderwijs, in andere gevallen net zo effectief, en heel soms zelfs iets effectiever. We mogen dus niet zo optimistisch zijn over webondersteund leren, dat we het rücksichtslos overal in willen toepassen (Hoogeveen, 1997). Multimediaal, webondersteund leren wordt wel consequent als leuker ervaren, en dat is natuurlijk een heel belangrijke meerwaarde ten opzichte van traditioneel onderwijs ten behoeve van het tot academicus in spé uitgroeiende zappende bankbintje uit de Nintendo-generatie. Daarnaast kan webondersteund leren efficiënt zijn vanwege het besparen op materiaalkosten, reistijd, reis- en verblijfkosten, en de mogelijkheid om te besparen op schaars onderwijskundig personeel bij de cursusbegeleiding. Verder geeft de literatuur aan dat:
Ten slotte heeft generiek gebruikersonderzoek naar websites nog een aantal zaken opgeleverd. Zo is er door het bedrijf User Interface Engineering een vergelijkend gebruikersonderzoek uitgevoerd dat aangaf dat veel gebruikers in de war raken van de hoeveelheid onduidelijke plaatjes en schermen die ze op het web voorgeschoteld krijgen. Het veelvuldig gebruik van te grote plaatjes, audio, video, of animatie leidt tot afhaken vanwege lange wachttijden. Een substantieel deel van de gebruikers haakt al na twee seconden wachttijd af. Vrijwel alle gebruikers zijn na veertien seconden wachttijd afgehaakt. Waar leiden deze overwegingen toe:
Ik stel dus voor om nadrukkelijk te experimenten met webgebaseerd leren in het onderwijsaanbod van de InterVersity, om te ontdekken waar dit meerwaarde heeft, en waar niet. Hierbij zal gebruik gemaakt moeten worden van analysegereedschappen in aansluiting op de webgebaseerde leeromgevingen. Verder stel ik voor om dit experiment uit te breiden naar GigaNet om na te gaan of het opentrekken van alle multimediaregisters een meerwaarde heeft zoals verondersteld. Internet-tionalisering van de academische waardeketen Wat zijn de implicaties van de ontwikkeling van InterVersities voor de markt? Het gereguleerde karakter van het universitaire onderwijs staat al jaren onder druk. Engelstalige universiteiten hebben een marktaandeel verworven door het aanbieden van met name MBA-programmas in samenwerking met Nederlandse universiteiten en opleidingsinstituten. Momenteel is het aantal Nederlandse studenten dat verkiest om naar het buitenland af te reizen voor een studie verwaarloosbaar klein, maar dat verandert door de Internet-ontwikkelingen. Door de omvang, vrijemarktdynamiek en Internet-oriëntatie in de Engelstalige universitaire wereld is de kans zeer groot dat binnenkort een deel van de markt direct door internationale topuniversiteiten geadresseerd gaat worden. Nederlandse universiteiten zullen snel moeten acteren om hun ontwikkelingsachterstand in te halen en snel moeten internet-tionaliseren. Wat zullen de consequenties zijn voor het universitaire bestel? Allereerst moge duidelijk zijn dat internationale vrijemarktmechanismen een steeds grotere invloed krijgen op het bestel. Dat is onontkoombaar. De universitaire wereld zal steeds meer als een academische industrietak gaan functioneren. De rollen van in andere industrietakken gangbare waardeketens zullen dus ook steeds zichtbaarder gaan worden in de academische industrietak. Het gaat hierbij om rollen als producent van onderwijs, groothandel of tussenhandelaar, distributeur of importeur, en detailhandel. Tenslotte heeft Internet-handel op veel waardeketens het effect van constructieve destructie: producenten verkopen rechtstreeks aan eindgebruikers en passeren daarmee de tussenhandel volledig. Anderzijds vinden groothandels en detailhandelaren een nieuwe functie door verdergaande specialisatie en het leren toepassen van de nieuwe media. En mijn stelling is dat in het universitaire landschap een nieuwe rol is weggelegd voor webgebaseerde kenniscafés (een soort voorportalen) voor hoger opgeleiden. Deze kenniscafés specialiseren zich in webmarketing en leggen zich toe op het binnenhalen van zo veel mogelijk onderwijsbestellingen tegen zo laag mogelijke kosten. Wat zijn de maatschappelijke implicaties? Na deze uiteenzetting over de implicaties van de InterVersity wil ik een stap terug doen. Wat zijn de gevolgen van infosnelwegen, multimediatoepassingen zoals InterVersity, voor onze maatschappij? Allereerst zullen we geconfronteerd worden met de vreugde dat veel organisatieprocessen virtualiseren! Steeds meer taken kunnen we flexibel vanuit huis, vanuit de auto, vanuit kantoor, vanuit het vakantiehuisje, vanaf het strand, vanaf waar je maar wilt, op welk moment dan ook uitvoeren. Virtuele organisaties gaan efficiënter met hulpbronnen om, en dat is naast een economische ook een belangrijke milieudoelstelling. Daarnaast zijn virtuele organisaties effectiever, onder andere doordat ze 24x7 (24 uur per dag, 7 dagen per week) beschikbaarheid bieden via web interfaces. De 24-uurseconomie is een realiteit geworden. Hij draait door terwijl we slapen, op vakantie zijn, of overdag een paar uurtjes genieten van de zon in de duinen. En we zitten er weer middenin wanneer we ingelogd zijn. Tot zover het goede nieuws. Wanneer mensen niet de beheersing hebben om uit te loggen wanneer ze moe zijn, dan spreken we naast drankverslaving, rookverslaving, gokverslaving, ook over Internet-verslaving. De mens verslaaft zich nu eenmaal aan alles. Dus dat is werk aan de winkel voor een hele nieuwe generatie hulpverleners. Een sociologische consequentie is dat er een nieuwe grote tweedeling in de wereld ontstaat: die tussen informatiearmen en informatierijken. Het is geen toeval dat opnieuw veel landen in Afrika, waar de telefoondichtheid zeer laag is, nu al dramatisch op achterstand liggen als het gaat om gebruik van Internet. Omdat we nu nog aan het begin van de ontwikkeling van de multimediale snelweg staan, hebben we nog net de gelegenheid om de ontwikkeling zodanig vorm te geven dat niet alleen de westerse multimedia-industrie een gezonde impuls krijgt, maar dat informatie als strategische bron van welvaart beschikbaar is voor allen, en dat het wereldwijde milieubederf tot staan wordt gebracht. Overigens, realiseren politici zich dit onvoldoende omdat ze nog denken volgens het verouderde paradigma van de diensteneconomie. Ook realiseren ze zich onvoldoende wat de hoopgevende, maar destabiliserende gevolgen van Internet zijn voor dictatoriale regimes, kortgeleden in Indonesië en ondertussen in China. Internet, vanwege het anarchistische karakter, is het beste medium om het menselijk recht op free flow of information gestalte te geven, en zodoende democratiseringsprocessen in landen met feodale en dictatoriale regimes fors te versnellen. Door directe communicatie via Internet en door InterVersities vervallen afstanden, worden ivoren torens geslecht, worden bureaucratieën en logge organisaties ontmanteld, verdwijnen autocratische staatsmuren, worden samenlevingen opener, maar komen ook oude culturele waarden op de tocht te staan. Geen vernieuwing zonder pijnlijk afscheid. Geen transitie zonder afhakers. Geen omwenteling zonder zijn slachtoffers. Laten het digitale slachtoffers zijn, het blijven slachtoffers. De kwaliteit van de transitie naar een schone informatie-economie hebben we zelf in de hand. Het is aan ons allen om de multimediale snelweg zo te leren inzetten dat het echt aan de kwaliteit van het leven gaat bijdragen. Ook al is het zo niet bedoeld, u mag dit slotpleidooi opvatten als een preek voor eigen parochie, een uitnodiging om straks eens langs te komen bij de InterVersity voor een multimediacursus over de Maatschappelijke Impact van Internet. Want ik wil bij deze mijzelf aan de ambitie verbinden om binnen vier jaar, in samenwerking met marktpartijen, een marktgerichte InterVersity in het leven te roepen. Tot slot.. Allereerst dank ik het College voor Promoties, in het bijzonder de voorzitter prof. dr. Gerda Smets, voor het in mij gestelde vertrouwen. Gerda, vooral stimulerend is de gedrevenheid waarmee je als hoogleraar directeur van Natuur- en technische wetenschappen het onderwijs wilt vernieuwen. Aansluitend spreek ik mijn waardering uit voor de raad van bestuur van KPN voor de geboden flexibiliteit om als een van de weinige managers binnen dit bedrijf mijn functie parttime uit te oefenen. Mijn collegas bij KPN Telecom Internet-diensten, bedankt voor de innovatieve samenwerking op het gebied van het toegankelijker maken van Internet-diensten voor een groter publiek, in het bijzonder wat betreft het opzetten van Het Net, transactiediensten en fax en voice over Internet. Mijn nieuwe collegas bij technische wetenschappen bij de Open Universiteit Nederland, bedankt voor de intensieve en inspirerende discussies op het gebied van onderwijsinnovatie, en de verfrissende bereidheid om nieuwe richtingen in te slaan. Wanneer het gaat om een belangrijk stuk van mijn academische vorming die precies, nou ja bijna precies, vier jaar geleden op 20 december 1994 door een promotie werd afgesloten, mijn dank richting mijn promotor prof. dr. Henk Sol en mijn copromotor dr. Kees van der Meer, beiden verbonden aan de TU Delft. Verder mijn dank aan KPN Telecom Arena Videocommunicatiediensten voor het opzetten van de live video-uitzending via Internet en TIN iDesign voor het bijdragen aan de eerste versie van InterVersity.Net. Tot slot wil ik mijn waardering uitspreken voor mijn geliefden, voor Judith voor haar woordgrap dat ik "vandaag één inaugurele reden heb gegeven waarvoor ik professor werd", en vooral mijn dochters Els en Marianne, en mijn zoontjes Gideon en Elmo, omdat ze me inzicht geven in hoe enthousiast en ondernemend jongeren en kinderen omgaan met de nieuwe interactieve mogelijkheden van Internet. Wanneer ik de overgave zie waarmee jongeren chatten, contactadvertenties doorzoeken naar aantrekkelijke negers, e-mailen in een virtuele stad en uittreksels van Le Petit Prince opzoeken, dan verlies ik iedere twijfel aan de levensvatbaarheid van een webondersteund kenniscafé. Ik heb gezegd.
Noten (Disclaimer: de noten zijn bewust in lijn met het betoog veelal webnoten, wat betekent dat er helaas concessies gedaan moeten worden met betrekking tot de formeel juiste notatievorm en de "houdbaarheid") Zie Delivering Instruction on the World Wide Web. by T.F. McManus, University of Texas at Austin. 1/10/96. Zie The WWW as an instructional vehicle promises to change the entire landscape of education in the future. An Evaluation of Web-Based Computer-Assisted Instruction by Roberta Collins, Carol Matlin & Robin Vocke. Hoogeveen, M.J. (1997). Toward a Theory of the Effectiveness of Multimedia Systems. International Journal of Human Computer Interaction, 9(2), 151-168 . Nielsen, J. (1990). Evaluating Hypertext Usability. In D. H. Jonassen, & H. Mandl (Eds.). Designing Hypermedia for Learning (pp 147-168). Berlin, Germany: Springer-Verlag. Marmolin, H. (1991). Multimedia from the Perspectives of Psychology. In Kjelldahl, L. (Ed.). Multimedia. Systems, Interactions and Applications. 1st Eurographics Workshop, Stockholm, Sweden April 18-19, 1991. Berlin, Germany: Springer-Verlag. Zie Surprises on the Web: Results from Usability Testing. Zie A Comparative Analysis of Web-Based Testing and Evaluation Systems. E.J. Gibson, P.W. Brewer, A. Dholakia, M.A. Vouk, D.L. Bitzer, Dept. of Computer Science, North Carolina State University |
© 1995-2002 Martijn Hoogeveen |